De Parabel van de Rugzakken
Drie mannen trekken door het land. Ze lopen over berg en dal en dragen ieder een rugzak. In hun rugzaken zitten stenen, die ze onderweg opgeraapt hebben.
Het is een eeneiige drieling. Het enige verschil tussen hen is hun ballast: de stenen en keien in hun rugzak.
Jan stopt regelmatig en raapt een steen op om hem in zijn zak te stoppen. Hij zegt, dan krijg ik meer persoonlijkheid, deze steen maakt mijn uniek. Alleen ik heb zulke steen.
Bart raapt ook stenen, maar hij vindt dat zijn ballast wat moeilijk om dragen wordt. Ook hij heeft enkele unieke stenen, die hij wil bewaren, maar af te toe neemt hij een steen uit zijn zak, bekijkt hem eens grondig en oordeelt soms dat hij die steen beter kwijt dan rijk is en werpt hem weg.
Jan zegt, dat Bart wel moet oppassen. Wij moeten de voor de hand- (of juister) voor de voetliggende stenen oprapen en meedragen. Het is ons lot en hoe langer wij door het leven stappen, hoe zwaarder onze rugzak wordt. Dat is de realiteit!
Karel is de vrolijkste van de drieling en op een dag zegt hij: ‘Ik heb lak aan al die stenen, hoe enig ze ook zijn.’ Hij trekt zijn rugzak van zijn schouders, gaat naar de rand van de afgrond en gooit hem, met heel zijn inhoud, naar beneden, honderden meters diep.
- Oei, roept Bart, nu heb jij geen persoonlijkheid meer!
- Toch wel antwoordt hij, ik ben ‘de man zonder rugzak’ en hij steekt zijn hand in zijn broekzak en toont een kiezelsteentje. Ik heb ook mijn persoonlijkheid, een enig mooi steentje.
Wat is het verschil tussen realisme en waarheid?
D. Joris
P.S.: Dit is een bijlage bij de negende aflevering van het e-mailfeuilleton: 'Mooi om Waar te Zijn'. Geïnteresseerden kunnen gratis intekenen op: j.happaerts@gmail.com.